Zoek andere onderwerpen…

Zoek andere onderwerpen…

Angsttests: Een kijkje naar biomarkers en hersenscans

Al lange tijd hield het vaststellen of iemand een angststoornis heeft vooral in dat er met hen werd gesproken en werd gekeken hoe ze vragen beantwoordden. Maar wetenschappers zijn altijd op zoek naar robuustere manieren om te begrijpen wat er aan de hand is. Ze onderzoeken onder meer het bekijken van hersenactiviteit met scans en het controleren van bepaalde markers in het lichaam.

Dit artikel bekijkt enkele van deze nieuwere benaderingen, zoals wat een EEG zou kunnen laten zien, of hormoonniveaus ons iets vertellen, en hoe we ons gedragen wanneer we angstig zijn.

Kan angst worden vastgesteld met behulp van objectieve biologische markers?


Waarom stappen wetenschappers af van op zelfrapportage gebaseerde angstgegevens?

Lange tijd was het vaststellen of iemand een angststoornis heeft vooral gebaseerd op gesprekken met die persoon. Artsen stellen vragen en patiënten beschrijven hoe ze zich voelen.

Hoewel dit nog steeds een heel belangrijk onderdeel van de diagnose is, heeft het ook zijn beperkingen. Wat de ene persoon als 'erg angstig' ervaart, kan voor iemand anders anders zijn.

Bovendien lukt het mensen soms niet om hun gevoelens duidelijk onder woorden te brengen, of beseffen ze misschien niet eens hoe sterk angst hen beïnvloedt. Hier komen neurowetenschappers in beeld, die zoeken naar objectievere manieren om angst te meten. Ze willen biologische signalen, of biomarkers, vinden die een duidelijker beeld geven, los van wat iemand rapporteert.

Denk er zo eens over na: als een arts een gebroken bot vermoedt, vraagt hij of zij de patiënt niet alleen of het gebroken aanvoelt. Er wordt een röntgenfoto gebruikt, die een fysieke verandering laat zien.

Onderzoekers in de neurowetenschap hopen vergelijkbare fysieke of chemische aanwijzingen voor angst te vinden. Dit zou kunnen helpen diagnoses consistenter te maken en angst misschien zelfs eerder op te sporen.


Hoe verschilt angstonderzoek tussen de klinische praktijk en onderzoekslaboratoria?

Het is belangrijk om te begrijpen dat wat er in een onderzoekslaboratorium gebeurt vaak heel anders is dan een standaardbezoek aan de dokter.

Op dit moment is een diagnose van een angststoornis in de meeste klinieken nog steeds gebaseerd op vastgestelde criteria, zoals die in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Dit omvat uitgebreide interviews en vragenlijsten. Deze hulpmiddelen zijn goed, maar ze zijn nog steeds gebaseerd op wat de patiënt zegt en hoe de clinicus hem of haar observeert.

In onderzoek verkennen wetenschappers echter een breder scala aan mogelijke markers. Ze kijken bijvoorbeeld naar hormoonniveaus in speeksel of bloed, specifieke patronen in hersenactiviteit die worden opgepikt door een EEG, of zelfs genetische aanleg.

Deze onderzoeksmethoden zijn vaak complexer en vereisen mogelijk gespecialiseerde apparatuur of laboratoriumtests die nog niet standaard zijn in de dagelijkse klinische zorg. Het doel van dit onderzoek is markers te vinden die uiteindelijk in klinieken kunnen worden gebruikt om diagnoses te ondersteunen, te volgen hoe goed behandelingen werken, of zelfs te voorspellen wie een hoger risico loopt.


Hoe kunnen hersenscans en elektrische activiteit helpen angst op te sporen?


Wat onthult een EEG over angstige hersengolfpatronen?

Een elektro-encefalogram, of EEG, is een manier om naar de elektrische activiteit van de hersenen te kijken. Zie het als luisteren naar het geklets van de hersenen. Kleine sensoren, elektroden genoemd, worden op de hoofdhuid geplaatst om deze elektrische signalen op te vangen. Voor angst zijn onderzoekers geïnteresseerd in specifieke patronen die mogelijk zichtbaar worden.

Zo kijken sommige studies naar de balans tussen verschillende hersengolf-frequenties, zoals alfagolven en thetagolven, die kunnen veranderen bij ontspanning of alertheid. Een EEG kan laten zien of de elektrische ritmes van de hersenen anders zijn bij mensen die angst ervaren dan bij mensen die dat niet doen.

Het is een niet-invasieve methode die een goed beeld geeft van de timing van hersenactiviteit.


Hoe worden event-related potentials (ERP's) gebruikt om dreigingsdetectie te volgen?

Event-related potentials, of ERP's, zijn een speciaal type EEG. Ze meten de elektrische reactie van de hersenen op specifieke gebeurtenissen.

Stel je voor dat je iemand een afbeelding laat zien – een ERP zou de reactie van de hersenen op het zien van die afbeelding enkele milliseconden later vastleggen. In de context van angst kunnen onderzoekers neutrale of mogelijk bedreigende afbeeldingen of geluiden presenteren. Daarna kijken ze hoe de hersenen op deze stimuli reageren.

Een ERP-component genaamd de P300, die is gekoppeld aan aandacht en informatieverwerking, kan bijvoorbeeld verschillen laten zien. Mensen met angst kunnen een andere P300-respons op dreigingsgerelateerde stimuli hebben, misschien met een sterkere of snellere reactie. Dit helpt wetenschappers begrijpen hoe het angstige brein mogelijke gevaren verwerkt.


Wordt neurofeedback gebruikt als diagnostische test of als behandeling voor angst?

Neurofeedback is een vrij bijzondere casus. Het gebruikt EEG om realtime feedback te geven aan een persoon over zijn of haar hersenactiviteit.

Als het EEG bijvoorbeeld een patroon laat zien dat geassocieerd is met angst, kan het systeem een signaal geven (zoals een geluid of een visuele aanwijzing) om de persoon te helpen dat patroon te veranderen. Hoewel het gebruikmaakt van metingen van hersengolven, wordt het over het algemeen eerder gezien als een behandeling of trainingsmethode dan als een diagnostische test.

Het doel is mensen te helpen hun hersenactiviteit te zelfreguleren. De gegevens die tijdens neurofeedbacksessies worden verzameld, kunnen echter mogelijk inzicht geven in iemands hersenpatronen die met angst samenhangen, wat toekomstige beoordelingsmethoden zou kunnen informeren.


Welke biochemische aanwijzingen en hormonen zijn gekoppeld aan angst?

Naast interviews en zelfrapportages onderzoeken wetenschappers de interne chemie van het lichaam op tekenen van angst. Daarbij kijken ze naar hormonen en zelfs onze genen om de biologische basis van angststoornissen te begrijpen.


Hoe meten cortisolniveautests de stressrespons van het lichaam?

Cortisol is een hormoon dat wordt geproduceerd door de bijnieren en vaak het 'stresshormoon' wordt genoemd. Wanneer we een bedreiging waarnemen, geeft ons lichaam cortisol af en bereidt het ons voor op 'vechten of vluchten'. Bij angststoornissen kan dit systeem ontregeld raken.

Onderzoekers meten vaak de cortisolniveaus in speeksel, bloed of urine om de stressrespons van het lichaam te beoordelen.

  • Verhoogde cortisolniveaus kunnen worden gezien in de beginfase van sommige angststoornissen en kunnen mogelijk dienen als een aanwijzing voor aanhoudende stress.

  • Na verloop van tijd kunnen de cortisolniveaus bij sommige chronische angsttoestanden zelfs dalen, wat kan worden gevolgd om de voortgang van de hersenstoornis te monitoren.

  • Het patroon van cortisolafgifte gedurende de dag, niet alleen een enkele meting, kan meer gedetailleerde informatie geven over de stressregulatie van het lichaam.

Hoewel cortisolonderzoek inzicht kan bieden, is het belangrijk te onthouden dat veel factoren de niveaus kunnen beïnvloeden, waaronder slaap, voeding en andere medische aandoeningen. Daarom wordt het meestal samen met andere beoordelingsmethoden bekeken.


Kan een genetische test je risico op het ontwikkelen van angst voorspellen?

Genetica speelt een rol in hoe vatbaar iemand kan zijn voor het ontwikkelen van angststoornissen. Hoewel er niet één 'angstgen' bestaat, heeft onderzoek bepaalde genetische variaties geïdentificeerd die het risico van een individu kunnen verhogen. Deze variaties kunnen de werking van de hersenen beïnvloeden, vooral in gebieden die verband houden met stemming en stress.

  • Familiegeschiedenis is een belangrijke factor; als angststoornissen in je familie voorkomen, kan je eigen risico hoger zijn.

  • Studies zijn nog gaande om specifieke gencombinaties te identificeren die mensen vatbaarder kunnen maken voor angst.

  • Genetische tests voor angstrisico bevinden zich nog grotendeels in de onderzoeksfase en zijn geen standaard diagnostisch hulpmiddel.

Het is cruciaal om te begrijpen dat een genetische aanleg niet betekent dat iemand gegarandeerd een angststoornis zal ontwikkelen. Omgevingsfactoren, levenservaringen en andere biologische elementen werken samen met genetische invloeden. Daarom wordt genetische informatie meestal gezien als één stukje van een grotere puzzel bij het begrijpen van iemands algehele risicoprofiel.


Wat zijn de meest voorkomende gedrags- en prestatiegerichte angsttests?

Wetenschappers onderzoeken ook hoe mensen zich gedragen en presteren onder bepaalde omstandigheden om angst te begrijpen. Deze methoden kijken naar waarneembare handelingen en reacties en bieden een ander perspectief op de ervaring van angst.


Hoe meet een test voor aandachtsbias waar de ogen op gericht zijn?

Een gebied van interesse is aandachtsbias. Dit verwijst naar de neiging van mensen met angst om meer aandacht te besteden aan bedreigende stimuli dan aan neutrale of positieve stimuli.

Onderzoekers gebruiken vaak eye-trackingtechnologie om te zien waar iemands blik blijft hangen wanneer die afbeeldingen of woorden te zien krijgt die als bedreigend kunnen worden ervaren. Iemand met veel angst kan bijvoorbeeld snel kijken naar een afbeelding van een spin of een woord als 'gevaar' en dan moeite hebben om de aandacht ervan af te halen.

Deze 'plakkerigheid' van de aandacht op dreigingssignalen wordt gezien als een cognitief mechanisme dat angst kan in stand houden of zelfs verergeren. Studies hebben aangetoond dat deze bias aanwezig is bij verschillende soorten angststoornissen, hoewel de specifieke aard van de dreigingssignalen kan verschillen.


Wat is een test voor angstversterkte schrikreactie?

Een andere gedragsmaat is de angstversterkte schrikreactie. Deze test meet hoe het lichaam reageert op een plotseling hard geluid (de schrikstimulus) wanneer iemand in een toestand van angst verkeert, vergeleken met wanneer iemand kalm is. Normaal gesproken laat een hard geluid je schrikken.

Wanneer iemand echter angst ervaart, kan de schrikreactie worden versterkt. In een laboratoriumopstelling kan dit inhouden dat deelnemers eerst een neutrale cue te zien krijgen, gevolgd door een harde luchtstoot.

Daarna kan een cue worden getoond die is gekoppeld aan een milde schok (een dreigingscue), gevolgd door het harde geluid. Als het harde geluid dan een veel grotere fysieke reactie oproept (zoals een sterkere reflex van het knipperen met de ogen) na de dreigingscue dan na de neutrale cue, wijst dat op de aanwezigheid van angst of vrees.

Deze reactie wordt gezien als een automatische, vast ingebouwde reactie die kan worden gemoduleerd door angsttoestanden. Onderzoekers gebruiken dit om de intensiteit van angstconditionering en angstniveaus te beoordelen.


Wat is de toekomst van technologie voor voortdurende angstbeoordeling?


Hoe worden wearables en digitale fenotypering gebruikt om angst te volgen?

Denk eens aan hoeveel informatie onze telefoons en smartwatches tegenwoordig verzamelen. Wetenschappers beginnen naar deze gegevens te kijken – dingen als hoeveel je beweegt, je slaappatronen, zelfs hoe vaak je typt of bepaalde apps gebruikt – om een duidelijker beeld te krijgen van iemands mentale toestand.

Dit wordt digitale fenotypering genoemd. Het idee is dat veranderingen in ons dagelijkse digitale gedrag kunnen wijzen op verschuivingen in angstniveaus, soms zelfs voordat iemand zich dat bewust realiseert. Iemand die bijvoorbeeld teruggetrokkener wordt, gebruikt zijn telefoon misschien minder, of iemand die meer angst ervaart, kan slaapproblemen krijgen, iets wat een draagbaar apparaat kan volgen.

Deze aanpak zou een manier kunnen bieden om angst buiten een kliniek te monitoren en continue, op de praktijk gebaseerde gegevens te leveren.


Wat is de multimarkerbenadering voor het testen op angststoornissen?

Het wordt steeds duidelijker dat angst geen eenvoudige aandoening is met één oorzaak of één manier om deze te meten. De toekomst zal waarschijnlijk bestaan uit het combineren van verschillende soorten informatie.

Dat betekent kijken naar iemands biologie (zoals hormoonniveaus of genetische aanleg), hun hersenactiviteit (misschien via geavanceerde EEG-technieken) en hun gedrag (zowel in klinische tests als via digitale gegevens).

Er wordt niet verwacht dat één enkele test op zichzelf een perfecte diagnostische tool zal zijn. In plaats daarvan werken onderzoekers aan het samenstellen van panels van markers die, wanneer ze samen worden bekeken, een completere en nauwkeurigere beoordeling kunnen geven.

Deze multimarkerbenadering is bedoeld om angst eerder op te sporen, het specifieke type en de ernst ervan bij een individu te begrijpen, en behandelingen effectiever op maat te helpen maken.


Wat is de toekomstige vooruitzichten voor klinische angstbiomarkers?

Dus, wat betekent dit alles voor angsttests? Het is duidelijk dat het aanwijzen van één enkele, perfecte biomarker voor angststoornissen een hele klus is, vooral omdat deze aandoeningen complex zijn en uit veel verschillende factoren kunnen voortkomen.

Een mix van benaderingen, waarbij wordt gecombineerd wat artsen zien met verschillende biologische markers, lijkt de meest verstandige weg naar het ontwikkelen van een gezonde hersenen. Deze markers kunnen helpen angst vroeg op te sporen, vooral wanneer iemand snel hulp nodig heeft.

We hebben veelbelovende kandidaten gezien in zaken als componenten in speeksel, bloedonderzoeken en zelfs hersenscans. Hoewel sommige markers zich meer in bepaalde stadia van de aandoening kunnen tonen, kunnen andere volgen hoe goed de behandeling werkt.

De echte uitdaging is nu om deze tests eenvoudig, betaalbaar en specifiek genoeg te maken om echt nuttig te zijn in de dagelijkse medische praktijk. Er is beslist meer onderzoek nodig om uit te zoeken welke markers het best samen werken en hoe ze diagnose en behandeling bij individuen betrouwbaar kunnen sturen.


Referenties

  1. Ferry, R. A., & Nelson, B. D. (2021). Tastbare P300 op onvoorspelbare elektrische schokken: verband met angstsymptomen, intolerantie voor onzekerheid en neuroticisme. Biological Psychology, 162, 108094. https://doi.org/10.1016/j.biopsycho.2021.108094

  2. Newsome, P., Ruiz, S. G., Gold, A. L., Pine, D. S., & Abend, R. (2023). Angstversterkte schrikreactie onthult verminderde dreigingsuitdoving bij pathologische angst. International journal of psychophysiology : official journal of the International Organization of Psychophysiology, 183, 81–91. https://doi.org/10.1016/j.ijpsycho.2022.11.011


Veelgestelde vragen


Wat zijn biomarkers voor angst?

Biomarkers zijn meetbare signalen in het lichaam die een biologisch proces, een ziekte of hoe goed een behandeling werkt kunnen aangeven. Voor angst zoeken wetenschappers naar dingen als specifieke hormoonniveaus, chemische stoffen in het bloed of speeksel, of patronen in hersenscans die op angst kunnen wijzen.


Waarom zoeken wetenschappers naar nieuwe manieren om angst te testen naast het praten met een arts?

Praten met een arts is belangrijk, maar soms is het moeilijk om precies te beschrijven hoe je je voelt. Wetenschappers willen objectieve tests vinden, zoals bloedonderzoeken of hersenscans, die kunnen helpen een diagnose te bevestigen en te begrijpen hoe ernstig angst kan zijn, vooral omdat veel mensen met angst niet worden gediagnosticeerd.


Hoe kunnen hersenscans helpen angst op te sporen?

Bepaalde hersenscans, zoals EEG's, kunnen de elektrische activiteit in de hersenen meten. Onderzoekers zoeken naar specifieke patronen of verschillen in hoe de hersenen op bepaalde dingen reageren, die met angst in verband kunnen worden gebracht. Zo kan bijvoorbeeld worden bestudeerd hoe snel of sterk bepaalde delen van de hersenen reageren op mogelijke bedreigingen.


Wat is een EEG en hoe wordt het gebruikt voor angst?

Een EEG, of elektro-encefalogram, is een test die de elektrische activiteit van de hersenen registreert met behulp van kleine sensoren die op de hoofdhuid zijn bevestigd. Wetenschappers onderzoeken of specifieke hersengolfpatronen die door een EEG worden geregistreerd, in verband kunnen worden gebracht met angststoornissen.


Kan een bloedtest onthullen of ik risico loop op angst?

Onderzoekers verkennen of bepaalde stoffen in het bloed, zoals hormonen of specifieke eiwitten, kunnen wijzen op een hoger risico op het ontwikkelen van angst of de huidige angstniveaus kunnen weerspiegelen. Deze tests bevinden zich echter nog grotendeels in de onderzoeksfase en zijn nog niet standaard voor diagnose.


Welke rol spelen hormonen zoals cortisol in angsttests?

Cortisol is een stresshormoon. Hoewel het een belangrijk onderdeel is van de stressrespons van het lichaam, kunnen de niveaus veranderen. Wetenschappers onderzoeken hoe cortisolniveaus in speeksel of bloed aanhoudende stress of de reactie van het lichaam op angst kunnen aangeven.


Zijn er genetische tests voor angst?

Momenteel is er geen enkele genetische test die definitief kan zeggen of iemand een angststoornis zal ontwikkelen. Onderzoek kijkt echter naar hoe bepaalde genen iemand vatbaarder kunnen maken voor angst, en dit zou deel kunnen uitmaken van toekomstige risicobeoordelingen.


Wat zijn gedragstests voor angst?

Gedragstests observeren hoe mensen in bepaalde situaties reageren. Sommige tests kijken bijvoorbeeld waar iemands aandacht naartoe wordt getrokken (zoals meer focussen op bedreigende beelden) of hoe sterk iemand schrikt als reactie op een plotseling geluid, wat bij mensen met angst anders kan zijn.


Vervangen deze nieuwe tests doktersgesprekken voor angst?

Het is onwaarschijnlijk dat deze tests het praten met een zorgprofessional volledig zullen vervangen. In plaats daarvan worden ze verwacht naast interviews en andere beoordelingen te werken en meer objectieve informatie te bieden om artsen te helpen nauwkeurigere diagnoses en behandelplannen te maken.

Emotiv is een leider in neurotechnologie die helpt neurowetenschappelijk onderzoek vooruit te helpen met toegankelijke EEG- en hersendatatools.

Christian Burgos

Het laatste van ons

Panic Attack vs. Anxiety Attack

It's easy to get confused when you're feeling overwhelmed by fear and physical symptoms. Many people use the terms "panic attack" and "anxiety attack" interchangeably, but there are some important differences to understand. Knowing these distinctions can help you figure out what's happening and how to get the right kind of support.

Let's break down the panic attack vs. anxiety attack conversation.

Lees artikel

Social Anxiety

Feeling a knot in your stomach before a social event? You're not alone. Many people struggle with social anxiety, a persistent fear of being judged or embarrassed in social settings.

This article looks at how our own thoughts and actions can actually make social anxiety worse, keeping us stuck in a cycle of fear. We'll explore the common thinking traps and the subtle behaviors that feed into this anxiety, and then touch on ways to start breaking free.

Lees artikel

What to Do After an Anxiety Attack?

Experiencing an anxiety attack can be incredibly unsettling, leaving you feeling drained and shaken. It's like your body and mind have gone through a major event, and now you're left to pick up the pieces.

This guide is here to help you understand what happens after an anxiety attack and give you practical steps to start feeling like yourself again, while also looking at ways to prevent them from happening in the future.

Lees artikel

Anxiety Deep Breathing Techniques

Feeling that familiar knot of worry tighten in your chest? You're not alone. Many people experience anxiety, and it can really throw your whole system off balance.

The good news is that your breath is a powerful tool. Learning simple anxiety deep breathing techniques can help calm your body and mind, bringing you back to a more centered state.

Lees artikel